Basisonderwijs

basisonderwijs

Als een kind 4 jaar is, mag hij of zij naar het basisonderwijs. Voor de meeste kinderen duurt de basisschool 8 jaar. In het basisonderwijs worden zowel bij de wet verplichtte vakken als niet-verplichtte vakken gegeven.

De verplichtte vakken zijn Nederlands, Engels, rekenen/wiskunde, oriëntatie op zichzelf en de wereld (aardijkskunde, geschiedenis, …), kunstzinnige oriëntatie (muziek, tekenen) en bewegingsonderwijs (gym).

Over de keuze voor de niet-verplichtte vakken kunnen ook ouders via de medezeggenschapsraad invloed uitoefenen. Voorbeelden van niet-verplichtte vakken zijn godsdienstles, Frans en Duits.

Om les te mogen geven in het primair onderwijs is een bevoegdheid verplicht. Deze bevoegdheid behaal je via de hbo-opleiding tot leraar basisonderwijs (pabo). Tijdens deze vierjarige opleiding ontwikkel je niet alleen didactische vaardigheden, maar leer je ook hoe je kinderen begeleidt in hun cognitieve, sociale en creatieve ontwikkeling. Theorie en praktijk lopen daarbij hand in hand: al vanaf het eerste jaar loop je stage op een basisschool.

In het derde studiejaar kies je een specialisatie: het jonge kind (4–8 jaar) of het oudere kind (8–12 jaar). Zo kun je je verdiepen in de ontwikkelingsfase die het beste bij jou past. Na afronding van de opleiding ontvang je een erkend diploma en mag je zelfstandig voor de klas staan in het basisonderwijs.

Meer informatie over de opleiding en toelatingseisen vind je via de website van van de Nederlandse overheid: Hoe word ik leraar in het basisonderwijs?


Vacatures in Onderwijs